Tegenbeweging in de Middeleeuwen. Letterlijk: de ‘zuiveren’.
Waarschijnlijk is het begrip ‘ketter’ aan deze naam ontleend. In de twaalfde eeuw groeide in Europa het onbehagen over de wijze waarop het kerkelijke apparaat functioneerde. In Oost-Europa ontstond de gnostische tegenkerk van de bogomielen, in West- Europa de beweging van de katharen. De materie werd als de inferieure schepping van de God van het Oude Testament beschouwd. Het Nieuwe Testament gold voor de openbaring van een hogere, goede God. Christus was als zoon van deze goede God op aarde gekomen om mensen in staat te stellen zich van het materiële bestaan los te maken.
Vanwege de scheiding tussen geest en materie verwierpen de katharen alle sacramenten, met uitzondering van het breken van het brood en het consolamentum, de doop met de Geest door handoplegging. De mannen en vrouwen die deze doop ontvangen hadden, onthielden zich van seksualiteit, nuttigden alleen groente, brood en water en hadden het recht om in de samenkomsten voor te gaan. Aan de toetreding tot deze klasse van de perfecti, de volmaakten, ging doorgaans een lange proefperiode vooraf. De meeste katharen stelden het ontvangen van het consolamentum tot het einde van hun leven uit.
De beweging verspreidde zich als een olievlek. Omdat de katharen in het gebied rond Albi bijzonder talrijk waren, werden zij ook albigenzen genoemd. De strenge ascese van de perfecti vormde zo’n schril contrast met de rijkdom en de corruptie in de officiële kerk dat de aantrekkingskracht van de beweging niet verwonderlijk is. Omstreeks 1200 vond zij in toenemende mate steun bij de adel en de middenstand in Zuid- Frankrijk. Daarom riep paus Innocentius III in 1208 op tot een kruistocht tegen deze beweging. De gehele streek raakte ontwricht. In 1233 kreeg de inquisitie vrij spel om de laatste nesten uit te roeien.
In kringen van new age is meer recent nieuwe belangstelling voor de beweging ontstaan.
Auteur
A.J. Jelsma [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Borst, Die Katharer (Stuttgart 1953)
G. Schmitz-Valckenberg, Grundlehren katharischer Sekten des 13. Jahrhunderts (München/Paderborn/Wenen 1971)
W.P. Martens, De Katharen (Katwijk 1979)