Scholen, verbonden aan een kapittelkerk.
Vanaf de elfde eeuw vervingen de kapittelscholen de abdijscholen als voornaamste centra van hoger onderwijs. De leerstof bestond uit zeven disciplines, de septem artes liberales. Het trivium omvatte de grammatica, de dialectica of logica en de retoriek. In de schaduw stond het quadrivium met de arithmetica of rekenkunde, de geometrie, de voor de tijdrekenkunde en de liturgie belangrijke astronomie en de mathematisch georiënteerde muziek. Daarnaast ontwikkelden zich de theologie en de studie van het burgerlijk en kerkelijk recht.
In de twaalfde eeuw waren de meest vermaarde kapittelscholen de kathedraalscholen van Chartres en Orléans. Tot de belangrijkste lesgevers behoorden Gerbert van Aurillac, Fulbert, Ivo en Bernardus van Chartres, Anselm van Laon, Willem van Champeaux, Petrus Abelard en Petrus Lombardus. Uit enkele kapittelscholen ontstonden omstreeks 1200 de eerste universiteiten, zoals te Parijs.
Auteur
Janick Appelmans [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. Le Goff, De intellectuelen in de Middeleeuwen (Amsterdam 1989)