Mutsje op de kruin van katholieke geestelijken.
De kleur is afhankelijk van de status: zwart voor een priester, paars voor een monseigneur inclusief een bisschop, rood voor een kardinaal en wit voor de paus. Overigens dragen ook norbertijnen een witte kalot; de zogeheten witheren. De kalot wordt ook ‘solideetje’ genoemd, van het Latijnse Soli Deo: alleen voor God af te nemen.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]