Tijdrekening, in 46 v. Chr. ingevoerd door Julius Caesar omdat de bestaande Romeinse tijdrekening tachtig dagen op de seizoenen vooruitliep.
Ze is gebaseerd op een zonnejaar en bestaat uit een cyclus van 1461 dagen, namelijk drie jaren van 365 dagen en een jaar van 366. Het jaar begon op 1 Martius (maart), terwijl de schrikkeldag aan het einde van het jaar werd toegevoegd; de maand februari kreeg dan een extra dag. Doordat deze kalender voor het gehele Romeinse Rijk verplicht werd gesteld, kreeg zij de functie van de christelijke kalender, die vooral ten doel had de regeling van de christelijke feestdagen (zie: kerkelijk jaar).
Al in de Middeleeuwen ontstonden er problemen omdat iedere eeuw driekwart dag te lang was, waardoor in de zestiende eeuw de fout was opgelopen tot tien dagen. Deze fout werd in 1582 hersteld door de Gregoriaanse kalender. In veel landen van Oost-Europa is de Juliaanse kalender nog steeds in gebruik, ook ten behoeve van het kerkelijk jaar.
Auteur
E.G. Hoekstra [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]