Seminarieprofessor en aartsbisschop van Utrecht (Nes 10.9.1885 - Amersfoort 8.9.1955)
Jan de Jong ontving zijn priesteropleiding in Culemborg en Rijsenburg (1898-1908), waar hij een begaafde, maar verstrooide leerling bleek. Na zijn priesterwijding in 1908 studeerde hij in Rome aan de Gregoriana (1908-1911). Hij promoveerde daar in de wijsbegeerte (1910) en de theologie (1911). De Jong werkte enkele maanden in het pastoraat te Amersfoort, en werd in 1912 conrector bij de zusters van Onze Lieve Vrouw van Amersfoort. Van 1914 tot 1935 was De Jong professor in de kerkgeschiedenis aan het aartsbisdommelijk grootseminarie Rijsenburg. Als historicus was hij autodidact en kind van zijn tijd. Er eerlijk naar strevend om objectief te zijn, had zijn geschiedbeoefening toch een onmiskenbaar apologetische inslag. In 1929-1931 verscheen zijn bekende Handboek der kerkgeschiedenis. In 1931 benoemd tot president van het seminarie, ontpopte de kamergeleerde De Jong zich als een wijs bestuurder.
In 1935 werd hij hulpbisschop van J.G.H. Jansen, die hij in 1936 opvolgde. Als aartsbisschop propageerde hij de in andere landen al langer bestaande Katholieke Actie. Zelf uitgesproken antinationaal-socialistisch, vaardigden de bisschoppen onder zijn leiding al in 1936 een verbod uit op het verlenen van steun aan de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Na de Duitse inval liet De Jong zich niet misleiden door de verzoenende Duitse taal van de eerste maanden. Toen in 1941 de katholieke organisaties onder NSB-leiding werden geplaatst, verboden de bisschoppen het lidmaatschap ervan en liepen deze organisaties binnen enkele weken leeg. In 1942 protesteerden katholieke en protestantse kerkleiders, verenigd in het Interkerkelijk Overleg, tegen de jodenvervolgingen; in 1943 lieten de bisschoppen een protest horen tegen de gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Door zijn leiding in deze protesten en vele besprekingen binnenskamers groeide De Jongs gezag. In 1945 werd hij voor zijn houding in de oorlog door de paus tot kardinaal verheven.
Na de oorlog maakte De Jong zich vooral bezorgd over de handhaving van de onderlinge eenheid der katholieken. Bij de herdenking van het herstel der hiërarchie in 1953 herhaalde hij vanaf zijn ziekbed zijn oproep: ‘Blijft één, één’. Na een beroerte in 1942 namen De Jongs gezondheidsproblemen toe. Na de benoeming van B. Alfrink tot hulpbisschop trok hij zich terug in het Amersfoortse zusterklooster waar hij conrector was geweest, en waar hij ook overleed.
Auteur
Lodewijk Winkeler [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.W.F. Aukes, Kardinaal De Jong (Utrecht/Antwerpen 1956)
M.G. Spiertz, ‘Jong, Jan de’, in: Biografisch Woordenboek van Nederland II (Den Haag 1985), 259-262
A.H.M. van Schaik, Aartsbisschop in oorlogstijd. Een portret van kardinaal De Jong (1885-1955) (Baarn 1996)