Gerechtelijke procedure en kerkelijke rechtbanken.
De inquisitoriale procedure liet een rechter toe om een zaak te openen en te onderzoeken en niet alleen op grond van een aanklacht te procederen. Een werkwijze die werd gehanteerd door de bisschoppelijke rechtbanken en enkele pauselijke legaten, meestal dominicanen, die ketterij in de Middeleeuwen onderzochten. In Spanje en Portugal ontwikkelden zich in de vroegmoderne tijden inquisities ten dienste van de monarchie. In 1542 creëerde Paulus V als reactie tegen het protestantisme de congregatie van de Inquisitie, later ook Heilig Officie genoemd. Deze congregatie waakte over het katholieke geloof en werd in 1965 omgevormd tot Congregatie van de geloofsleer. In tegenstelling tot de wereldlijke rechtbanken werd er voor de uitspraak wel degelijk naar de verdediging geluisterd en werden maar weinig lijfstraffen uitgesproken. Voor de strafuitvoering diende steeds een beroep op de wereldlijke macht te worden gedaan.
Auteur
Janick Appelmans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
E. Peters, Inquisition (Los Angeles 1989)
B. Boute, ‘Eppur si muove’ in: Trajecta, VIII/1 (1999) 46-73