Tsjechisch hervormer (Husinenec ca. 1371 - Konstanz 6.7.1415)
Johannes Hus maakte als professor te Praag kennis met geschriften van Wycliff uit Oxford. In zijn preekwerk paste hij diens radicale kritiek op kerk, klooster, en maatschappij toe op de Boheemse verhoudingen. Hus kreeg een preekverbod (1410) en werd in de ban gedaan (1411). Toen hij in 1412 preekte tegen de aflaat die kon worden verkregen door deelname aan kruistochten, lieten Praagse collega’s en koning Wenzel hem vallen. Hij vluchtte naar Zuid-Bohemen en schreef daar een traktaat tegen de Praagse universiteit (De ecclesia). Veel daarin gaat terug op een gelijknamig werk van Wycliff. Hij ging onder vrijgeleide naar het concilie van Konstanz, werd toch gevangen genomen en werd na zware verhoren en foltering verbrand.
Hus kritiseerde kerkelijke misstanden, verwierp het pauselijk gezag, maar handhaafde grote delen van het rooms-katholiek-dogmatisch stelsel, zoals de transsubstantiatieleer, de verdienstenleer, de zeven sacramenten en de Mariaverering. Daardoor is hij in eigenlijke zin geen voorloper van de Reformatie.
Auteur
F. van der Pol [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Magistri Johannis Hus, Opera omnia (Praag 1959)
A.C. Bronswijk, Hervormers, ketters en revolutionairen: Jan Hus en de Tsjechische kerkreformatie (Kampen 1982)
E. Werner, Jan Hus: Welt und Umwelt eines Prager Frühreformators (Weimar 1991)