Ambtelijk, herderlijk bezoek aan huis door een of meer leden van de kerkenraad, minimaal één keer per jaar.
Het huisbezoek dient om samen te spreken over persoonlijke geloof, geloofservaring, levensstijl en band met de plaatselijke gemeente. Het is ingesteld in 1550 te Genève. Soms wordt gekozen voor de bespreking van een jaarthema dat ingaat op een actueel onderwerp dat in de christelijke gemeente een rol speelt. Centraal in het huisbezoek staan gebed, lezing en bespreking van de bijbel. Huisbezoeken werden ook wel gehouden ter voorbereiding op de viering van het Heilig Avondmaal.
Over deze officiële huisbezoeken wordt op de vergadering van de (smalle) kerkenraad gerapporteerd. Ook worden er andere bezoeken aan huis gebracht, naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen. Men organiseerde ook wel huisbezoeken in het kader van evangelisatie onder niet-kerkelijken. Het fenomeen huisbezoek komt het meest voor in de kerken van gereformeerde signatuur. Over de wenselijkheid van huisbezoek door één ambtsdrager en het houden van groepshuisbezoeken (per ouderlingenwijk) bestaan verschillende inzichten. De term huisbezoek komt niet voor in de kerkorde.
Auteur
H. Veldman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
A.N. Hendriks, Als huisverzorgers Gods. Handreiking aan de ouderling (Groningen 1972)