Van het Latijnse hostia, zoenoffer.
Klein rond plat koekje van ongedesemd (zonder gist) tarwebrood. Tijdens de eucharistie worden de hosties en de miswijn – oorspronkelijk beide als hostia aangeduid – als offergave aangebracht, en vervolgens geconsacreerd (zie consecratie) waardoor ze op geheimenisvolle wijze tot lichaam en bloed worden van Jezus Christus (zie transsubstantiatie). De grotere ‘priesterhostie’ wordt voor de communie in partikels gebroken, en aangevuld met kleinere hosties voor de gelovigen.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]