Aanduiding van de rooms-katholieke kerkelijke situatie in de periode van circa 1581 tot het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 in het gebied dat globaal Noord-Nederland besloeg.
In deze periode werd de Rooms-Katholieke Kerk in dit gebied niet bestuurd door bisschoppen, maar als een missiegebied, aanvankelijk door een apostolisch vicaris, en sinds 1727 door een ‘vice-superior’. Tot 1829 was dit de pauselijke nuntius in Brussel, van 1829 tot 1853 de pauselijke internuntius in Den Haag.
Auteur
Lodewijk Winkeler [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]