Christelijke feestdag. Sinds de vierde eeuw is hemelvaartsdag als zelfstandig feest gevierd op de veertigste dag na Pasen en tien dagen voor Pinksteren, conform de chronologie die door de schrijver van het evangelie van Lucas en het boek Handelingen wordt aangegeven (Luc. 24: 44-53 en Hand. 1:1-11).
Aanvankelijk werd in de vroege kerk de paastijd gevierd als aaneengesloten periode van vijftig dagen (pentekoste), waarschijnlijk naar analogie van het joodse wekenfeest. Gaandeweg vond in de derde en de vierde eeuw een historisering plaats van de verschillende momenten van het paasfeest. Dat wil zeggen, de verschillende momenten van kruisiging, opstanding en hemelvaart worden als verschillende momenten in de tijd uiteengelegd; hierdoor komt het oorspronkelijk onderling verband echter onder druk te staan.
In de kerken van de Reformatie had men weinig eerbied voor deze feestdag. Op de synode van Dordrecht van 1618/1619 werd hij niettemin naast Kerstfeest, Pasen en Pinksteren als aparte feestdag genoemd en tot op de huidige dag als aparte dag in het kerkelijke jaar gehandhaafd.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]