Officiële verklaring door de paus dat een persoon, die als martelaar is gedood of na een heilig leven is gestorven, zonder twijfel in de hemel is opgenomen en in het openbaar mag worden aangeroepen en vereerd.
Aan een heiligverklaring gaat een zaligverklaring vooraf, gevolgd door een proces waarin onder meer – tegen de argumenten van de zogenaamde advocaat van de duivel – de echtheid bewezen moet worden van ten minste drie wonderen die gebeurd zijn na de aanroeping van de heilig te verklaren persoon, en op diens of haar voorspraak bij God. De eerste heiligverklaring door een paus vond plaats in 993. Sinds 1171 mag alleen de paus iemand heilig verklaren. Tot dan geschiedde dit ook wel door bisschoppen, of door kerkelijke erkenning van al lang door het volk vereerde heiligen.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]