Sacrilegium, beschadiging of onwaardige behandeling van iets dat aan de dienst van God is gewijd.
In eerste instantie kan hierbij gedacht worden aan personen, plaatsen of voorwerpen die bestemd zijn voor de eredienst. In tweede instantie aan godslastering of het opzettelijk verdraaien en bespotten van geloofszaken. Met de eerste vorm van heiligschennis is het protestantisme beduidend minder bekend dan het rooms-katholicisme. Het katholicisme huldigt immers de opvatting dat zaken die gewijd worden iets goddelijks krijgen. Vandaar dat na een heiligschennis vaak een nieuwe wijding moet plaatsvinden. Zo bepaalt het Wetboek van Canoniek Recht (can. 1205) dat wanneer een gewijde plaats (een kerk of een kerkhof ) is geschonden door ernstige kwetsende daden, de eredienst aldaar niet meer mag worden uitgeoefend totdat een boeteritus is voltrokken.
Auteur
Charles Caspers [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Theologische Realenzyklopädie, XXIX (Berlin/New York 1998) 49-61
Lexikon für Theologie und Kirche, VIII (Freiburg 1999) 1463-1464