Vorm van religieus collectief geweld.
De term zelf wordt meestal gebruikt door buitenstaanders en is slechts in enkele gevallen van de gelovigen zelf. Zo zag de oudtestamenticus Gerhard von Rad de ‘heilige oorlog’ ooit als één van de belangrijkste instellingen van het oude Israël. Het jongere onderzoek heeft deze stelling weerlegd, ook al werd de oorlog en het uitroeien van tegenstanders in Israël vaak religieus gelegitimeerd.
Oorlog om religieuze redenen is geen ongewoon verschijnsel in de geschiedenis, maar het heeft geen zin zo’n oorlog, bijvoorbeeld de kruistochten, een ‘heilige oorlog’ te noemen. De enige godsdienst waarvan de aanhangers zelf de term nu gebruiken is de islam. De hedendaagse jihad verkreeg zijn betekenis echter pas langzamerhand. Oorspronkelijk betekende de term ‘inspanning’, meestal verbonden met de uitdrukking fi sabiel Allaah, ‘ten behoeve van God’. Jihad begon pas echt ‘heilige oorlog’ te betekenen ten tijde van de strijd tussen Saladin en de kruisvaarders. Islamitische schriftgeleerden formuleerden toen het uiteindelijke doel van de jihad als de onderwerping van de gehele wereld aan de heerschappij van de islam.
Pas in de negentiende eeuw leidde de westerse superioriteit er toe om jihad ook te gebruiken voor een verdedigingsoorlog. Zo kon jihad recentelijk gebruikt worden voor de bevrijding van Oost-Jeruzalem na de Israëlische bezetting van 1973 of voor de verdediging van Irak tegen Amerika door Saddam Hoessein in 1991. Na 2001 werd de term zelfs gebruikt door fundamentalistische moslims ter legitimatie van hun onheilige strijd tegen islamitische regeringen.
‘Heilige oorlog’ is een concept dat zich voortdurend aanpast aan veranderende omstandigheden.
Auteur
J.N. Bremmer [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Gosman en H. Bakker, red., Heilige oorlogen (Kampen 1991)
G. Kepel, Jihad. The Trail of Political Islam (Londen 2004)
R. Peters, red., The Jihad in Classical and Modern Islam. A Reader (Princeton 2004)