Openluchtdiensten op de velden met psalmen, stichtelijke liederen en een preek.
Na aanbieding van het Smeekschrift der Edelen (5 april 1566) matigde landvoogdes Margaretha van Parma de strenge maatregelen tegen ketters. Gereformeerden, aanhangers van de ‘nieuwe religie’ die sinds de jaren vijftig heimelijk samenkwamen, manifesteerden zich nu openlijk. Bij Roesbrugge werd op 26 mei 1566 de eerste hagepreek gehouden. In Vlaanderen trokken diensten duizenden belangstellenden. De eerste Hollandse hagepreek was op 14 juli in Westerblokker (bij Hoorn). De voorganger was de Alkmaarse mandenmaker Jan Arentsz., die Hollandse gemeenten sinds 1559 bediende. Arentsz. preekte in Noord-Holland, Utrecht en IJsselsteden. Met de herfst op komst wilden de gereformeerden eigen kerken. Door de beeldenstormen in augustus en september gaf de overheid toe aan hun eisen. In Amsterdam leidde Arentsz tot mei 1567 de gemeente in de kapel van het franciscaner klooster.
Auteur
Jurjen Vis [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen:
G.N.M. Vis, Jan Arentsz. – mandenmaker van Alkmaar, voorman van de Hollandse reformatie (Hilversum 1992)