Theoloog en boeteprediker, vader van de Moderne devotie (Deventer 16.10.1340 - Deventer 20.08.1384)
Geert Grote studeerde in Keulen en Parijs. Na zijn bekering (1374) brak hij met een eerzuchtig kerkelijke en juridische carrière. Na enkele jaren kloosterverblijf in Monnikhuizen bij Arnhem wilde hij de mensen door gebed, meditatie en ascese brengen tot stillicheit en ynnicheit met God. In 1379 werd hij tot diaken gewijd. Hij preekte tegen wereldse waarden in de kerk, zoals begeerte naar rijkdom, eer en aanzien van hoge geestelijken, kopen van kerkelijke posities (simonie) en concubinaat van priesters. Felle oppositie hiertegen bracht de Utrechtse bisschop tot een (tegen Grote gericht) preekverbod voor diakenen. De ‘ketterhamer’, zoals zijn bijnaam luidde, werd indirect het zwijgen opgelegd. Grote vertaalde de Gheestelicke brulocht van mysticus Ruusbroec in het Latijn.
Zijn veelgelezen Getijdenvertaling in de landstaal vormde de aanzet voor een Noord-Nederlandse volkstaalbijbel.
Auteur
F. van der Pol [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Epiney-Burgard (ed.,vert.), Gérard Grote, Lettres et traités (Turnhout 1998)
J.G. Tiecke, De werken van Geert Grote (Utrecht/Nijmegen 1941)
C.C. de Bruin, E. Persoons en A.G. Weiler, Geert Grote en de Moderne Devotie (Deventer 1984)
Zie ook
Geert Grote (2009)