Gereformeerd theoloog (Arum 1.5.1871 - Zwolle 19.5.1948)
Greijdanus studeerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar hij in 1903 promoveerde (Menschwording en vernedering). Hij was predikant te Rozenburg (1904), Zuid-Beijerland (1911), Paesens e.a. (1915-1917) en werd daarna benoemd tot hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Hogeschool in Kampen (1917-1943) Na de synode van Assen in 1926 bestreed Greijdanus het nieuwe kerkrecht van H.H. Kuyper. Hij werd in 1944 door de generale synode geschorst wegens verzet tegen de leeruitspraken over verbond en doop.
Na de Vrijmaking trad hij opnieuw op als hoogleraar, en bleef dat tot zijn dood. Greijdanus werkte mee aan de Friese bijbelvertaling en publiceerde commentaren op bijbelboeken in de series Korte verklaring en Kommentaar op het Nieuwe Testament. Hij verdedigde de onfeilbaarheid van de Schrift op grond van haar zelfgetuigenis. Enkele van zijn belangrijkste werken zijn Schriftbeginselen ter Schriftverklaring (1946) en Bijzondere canoniek (1947-1949).
Auteur
J.P. de Vries [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
D. Deddens/H.R. van de Kamp, ‘Greijdanus’, in: Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme, IV (Kampen 1998), 152-155
G. Harinck (red.), Leven en werk van prof. dr. Seakle Greijdanus (Barneveld 1998)
Zie ook
Seakle Greijdanus (2009)