Tegenwoordig geldende tijdrekening.
Volgens de Juliaanse kalender, de tijdrekening die het christendom van de Romeinse beschaving had overgenomen, duurde een jaar 365,25 dagen. Omdat de tijdsspanne van een volledige omwenteling van de aarde om de zon – een jaar – iets korter duurt, liep de kalender ongeveer elke 128 jaar een dag achter bij de zon. Daarom werd in 1582 door paus Gregorius XIII een kalenderhervorming ingevoerd die een vermindering van het aantal schrikkeldagen inhield: voortaan waren dat er 97 per 400 jaar (in de Juliaanse kalender waren dat er 100 per 400 jaar).
Bij de invoering van de naar deze paus genoemde kalender werden tevens tien dagen overgeslagen (van 4 naar 15 oktober 1582); een correctie die noodzakelijk was voor de berekening van de paasdatum. In de Nederlanden werd de nieuwe kalender niet door alle provincies tegelijk ingevoerd, waardoor er lange tijd naast elkaar een oude en een nieuwe ‘stijl’ hebben bestaan. Sommige landen gingen pas laat tot de Gregoriaanse kalender over: Rusland in 1918, China in 1929.
Auteur
Charles Caspers [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W.E. van Wijk, De Gregoriaansche kalender. Een technisch-tijdrekenkundige studie (Maastricht 1932)