Duits protestants theoloog, kreeg in Nederland zijn grootste bekendheid als lid van de kring van de dialectische theologie (Dortmund 13.1.1887 - Göttingen 16.10.1967)
Gogartens betekenis voor de theologie is breder. De rode draad door zijn werk was de vraag in hoeverre een bepaalde filosofie een middel kan zijn om het evangelie in de huidige cultuur te laten klinken. Zijn theologie cirkelde daarom rondom cultuurmaatschappelijke en politiek-ethische vragen. In zijn vroege theologie verzette hij zich tegen het historisme van zijn leermeester E. Troeltsch en trad hij op als voorvechter van het personalisme. In de jaren dertig trad hij op als criticus van het moderne autonomiebegrip.
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij bekend door zijn positieve interpretatie van secularisatie: secularisatie is een proces dat mogelijk is gemaakt door het christelijk geloof. Inhoudelijk sluit hij aan bij de lutherse onderscheiding tussen wet en evangelie. Men moet de wereld het volle pond geven en met de middelen van de wereld benaderen, alleen dan kan de eigenheid van het geloof zuiver klinken.
Auteur
C. van der Kooi [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P. Henke, ‘Friedrich Gogarten’ in: Theologische Realenzyklopedie, 13, 563-567