Officieel gebed in onder meer de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerk, ook wel officie of koorgebed, dat op vaste tijden de dag vult, gerekend naar de Romeinse dagindeling van telkens drie uur.
De metten (het nachtgebed, ook wel vigiliae - nachtwake) bestonden al in de vroege kerk. In de gewone liturgie herinneren de paaswake en de kerstnachtviering hier nog aan. Ook de lauden (dageraad) en de vespers (avondgebed) dateren uit de vroege kerk. De terts (9 uur ’s ochtends), sext (12 uur ’s middags) en none (3 uur ’s middags) werden in die tijd privé gebeden en zijn later gemeenschappelijk geworden. Later zijn daar nog de prime (morgengebed) en de completen (slotgebed voor het slapen gaan) bijgekomen. Het geheel bestond als zodanig al in de zesde eeuw. Alle getijden zijn opgebouwd uit psalmen, hymnen, bijbellezingen en in de traditie gegroeide gebeden.
Het getijdengebed werd in 1970 onder paus Paulus VI ingrijpend hervormd. De lauden en vespers bleven de spil van het getijdengebed, de completen vormen de dagsluiting. De overige getijdengebeden zijn zo aangepast dat zij al naargelang de mogelijkheden verspreid over de dag kunnen worden gebeden. De metten zijn geheel afgeschaft. Een ingekorte versie van de getijden is het brevier.
Auteur
Katholiek Documentatiecentrum [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
S. Campbell, From breviary to liturgy of the hours: the structural reform of the Roman Office, 1964-1971 (Collegeville 1995)