Genezing van ziekten door gebed.
Men doet hiertoe een beroep op de wonderen die we in de bijbel tegenkomen, met name op de gaven van genezingen die in het Nieuwe Testament voorkomen (1 Kor. 12:9 en 28). Gebedsgenezing is vooral naar voren getreden in de pinksterbeweging, die opkwam in het begin van de twintigste eeuw. Deze beweging kwam buiten de officiële kerken te staan, in de charismatische beweging, die in het midden van de twintigste eeuw ontstond. Vooral in de jaren vijftig werden er in ons land grote genezingscampagnes gehouden, onder andere door Hermann Zaiss en Thomas Lee Osborn. Daarbij werd vaak grote nadruk gelegd op het geloof van de zieken. Door henzelf of door mensen om hen heen werd nogal eens de conclusie getrokken dat ze niet genezen werden omdat ze gebrek aan geloof hadden.
Als we in het Nieuwe Testament nagaan hoe genezingen plaatsvinden, dan komen we inderdaad verschillende keren tegen dat Jezus mensen aanmoedigt om in Hem te geloven (Jaïrus, Matt. 9:18vv.) of hen prijst om hun geloof (de bloedvloeiende vrouw, Matt. 9:22), maar nergens wordt het geloof tot de beslissende voorwaarde. Bij veel andere genezingen wordt niet expliciet over het geloof van de zieke gesproken. Bij verschillende genezingen, zowel door Jezus als zijn apostelen, lezen we van handoplegging. Ook vandaag wordt door gebedsgenezers vaak gebruik gemaakt van dit gebaar, evenals bij hen die in onze tijd de ziekenzalving praktiseren, zoals aanbevolen door Jakobus (Jak. 5:14v.). De bijbel maakt er echter nergens een voorschrift van. De laatste jaren zijn er ook in sommige reformatorische kerken ‘diensten der genezing’ ingevoerd.
Auteur
K. Runia [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
M. Parmentier, Heil maakt heel, de bediening der genezing (Zoetermeer 1997)
M.J. Paul, Vergeving en genezing. Ziekenzalving in de christelijke gemeente (Zoetermeer 1999)
K. Runia, Op zoek naar de Geest (Kampen 2000)