Omgangsvorm tussen God en gelovigen. Hierin wordt niet óver, maar tót God gesproken. Men opent zich voor, en uit zich naar God: aanbiddend, dankend en smekend.
Zo gaat het bekende onze vader van aanbidding via smeekbede naar lofprijzing. De aangesproken persoon is meestal God zelf, maar kan ook Christus of de Heilige Geest zijn. Een persoonlijk gebed bidt in de ikvorm, een gemeenschappelijk gebed in de wijvorm. Deze twee gestalten zijn aanvullend, individu en gemeenschap veronderstellen en versterken elkaar. Als gebedshoudingen noemt de bijbel behalve het knielen het opheffen van de (ogen en) handen; voor het persoonlijke gebed kan ‘handen vouwen, ogen dicht’ behulpzaam zijn. De eenheid van woord en gebaar blijkt bij rituele handelingen: ze worden biddend verricht. Bijvoorbeeld de zegening van mensen door handoplegging, de zegening van brood en wijn in een tafelgebed, of van water in een doopgebed.
Auteur
G.M. Landman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]