Synoniem voor wat in de christelijke traditie bekend staat als liefdadigheid: de vrijwillige, private bijdragen, in de vorm van geld, goederen en/of tijd, aan publieke doelen waarmee primair het algemeen nut bevorderd wordt.
Het algemeen nut omvat kerk en levensbeschouwing, gezondheid, internationale hulp, milieu, natuurbehoud, dierenbescherming, onderwijs en onderzoek, cultuur, sport en recreatie, maatschappelijke en sociale doelen. Als de bronnen van filantropische bijdragen kunnen onderscheiden worden: individuen, huishoudens, bedrijven, en geldwervende en vermogensfondsen.
Ten slotte zijn er ook intermediaire instellingen, zoals kerken en internationale hulporganisaties, die net als de geldwervende fondsen geld inzamelen om (een deel daarvan) weer aan het goede doel te besteden. Het geven kan geschieden in de vorm van geld of goederen en in de vorm van tijd (menskracht, expertise). Geven van geld kan door giften, schenkingen (via de notaris), erfstellingen of legaten (via de notaris) en sponsoring. Goederen kunnen gebruiksgoederen zijn, maar ook onroerende goederen, kunstcollecties, enzovoorts. Het geven van tijd (menskracht, expertise) noemen we vrijwilligerswerk.
Auteur
Th.N.M. Schuyt [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Schuyt, Th.N.M. Filantropische Studies. Capita selecta (Utrecht 2002)
Schuyt, Th.N.M. (red.), Geven in Nederland 2003. Giften, legaten, Sponsoring en vrijwilligerswerk (Houten/ Diegem 2003)