Bisschop van Caesarea (Caesarea ca. 260 - ca. 340), ‘vader’ van de kerkgeschiedenis.
Eusebius verzorgde in Caesarea de enorme bibliotheek van de man die hem opleidde, Pamfilius, die in 309 als martelaar stierf. In 315 werd Eusebius bisschop van Caesarea. In 325 was hij aanwezig op het concilie van Nicea, waar hij de leider was van de gematigde partij. Hij presenteerde er zijn eigen doopbelijdenis, waarin het woord homo-ousios (van één wezen met de Vader) niet voorkwam. Toch tekende hij uiteindelijk de geloofsbelijdenis van Nicea, omdat hij ervan overtuigd was dat het arianisme een ketterij was. Het belangrijkste dat overgebleven is van zijn vele geschriften, is zijn Kerkgeschiedenis: tien boeken, waarin hij officiële stukken en veel lange citaten uit oudere geschiedwerken had opgenomen. Hij behandelde de geschiedenis van de vroege kerk, vanaf de apostolische tijd tot zijn eigen dagen.
Auteur
K. Runia [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]