Amerikaans predikant, bekend opwekkingstheoloog (East Windsor 3.10.1703 - Stockbridge 8.1.1758)
Edwards studeerde aan de tegenwoordige Yale University te New Haven. Aan het einde van zijn studietijd maakte hij een krachtige geestelijke doorbraak mee. Deze beleving stempelde zijn hele leven als predikant. In 1726 werd hij verbonden aan de gemeente van Northampton, Massachusetts. In de tijd van de opkomende Verlichting confronteerde hij zijn hoorders met Gods heiligheid. Deze prediking bedoelde niet alleen verootmoediging, maar ook de heiliging van het leven.
In de jaren 1734-1735 maakte Edwards een revival mee. Hij schreef daarover A Faithful Narrative. Dit werk beleefde in zijn dagen al negentig herdrukken. Dit geschrift was een middel om in de Angelsaksische wereld het verlangen naar opwekking te bevorderen. In de Great Awakening (1740-1745) kwam het tot een grote internationale opwekking, vooral door het optreden van George Whitefield.
Tijdens deze opleving kreeg Edwards zijn blijvende betekenis als opwekkingstheoloog. Hij heeft de opwekking verdedigd tegen critici. Tegenover dit front verdedigde hij het ervaringskarakter van het christelijk geloof, vooral in zijn werk Religious Affections. Anderzijds weerde Edwards zich tegen voorgangers en gemeenteleden die zich op het onmiddellijke werk van de Geest beriepen en het Woord, de ambten en de sacramenten verwaarloosden. Edwards’ nadruk op de noodzaak van persoonlijke wedergeboorte om tot het avondmaal te komen, leidde in 1750 uiteindelijk tot losmaking van zijn gemeente.
De laatste jaren van zijn leven bracht hij door als zendeling onder de indianen van Stockbridge. Hier schreef hij zijn grootste theologische werken. Op basis van die werken ontving hij een benoeming als rector van het nieuwe Princeton Seminary.
Auteur
W. van Vlastuin [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. van Vlastuin, De Geest van opwekking. Een onderzoek naar de leer van de Heilige Geest in de opwekkingstheologie van Jonathan Edwards (1703-1758) (Heerenveen 2002)