Van het Griekse ekklesia, vergadering van opgeroepenen.
Het begrip ecclesia wordt in het Nederlands meestal vertaald door gemeente of kerk, en kan zowel de universele kerk, de kerkgenootschappen en de lokale kerk (gemeente) aanduiden. Binnen de theologie en met name de dogmatiek is ecclesia een fundamenteel begrip. Het woord komt in de hele bijbel voor: in het Oude Testament heeft het betrekking op het volk Israël in het algemeen, in het Nieuwe Testament wordt het in verschillende betekenissen gebruikt. Doorgaans wordt het begrip geïnterpreteerd als de gemeenschap van hen die door God als zijn volk bijeengebracht worden om zijn koninkrijk te stichten (Matteüs 16:18; Efeze 1:22,23).
In de beeldende kunst wordt de Ecclesia afgebeeld als een vrouw, vaak gekroond en tronend, aldus de overwinnende kerk voorstellend.
Zie ook: ecclesiologie.
Auteur
Vefie Poels [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. van ’t Spijker e.a., De kerk. Wezen, weg en werk van de kerk naar reformatorische opvatting (Kampen 1990)
L. de Maere, De kerk als gemeenschap (Brugge 1996)
Thomas Ruckstuhl, ‘Ecclesia universalis’: das sakramentale Universalitätsverständnis als hermeneutischer Schlüssel für die Kirche in der Moderne (Frankfurt am Main 2003)