Vont (Latijn voor bron) dat water bevat voor de doop.
De vorm is vaak achtkantig, verwijzend naar de achtste dag – beeld van Gods toekomst, waaraan de verrezen Christus deelheeft en elke gedoopte met hem: door water heen gered, zoals Noach (het verhaal over de zondvloed). Op doopvonten is soms een duif afgebeeld (uit het verhaal van Jezus’ doop), een hert (uit Psalm 42) of de vier paradijsstromen (uit het verhaal van de schepping).
Auteur
G.M. Landman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]