Leden van de protestantse kerk die wel gedoopt zijn, maar (nog) niet gekomen zijn tot het doen van openbare belijdenis van hun geloof.
De doop markeert bij alle kerken het begin van het kerklidmaatschap. Doopleden echter hebben, ook al zijn ze volwassen geworden, in veel kerken van gereformeerde signatuur minder rechten dan de ‘belijdende’ leden. Zij hebben bijvoorbeeld geen stemrecht bij verkiezing van ambtsdragers en in de meeste kerken is het geen gebruik dat doopleden het avondmaal vieren. Gereformeerde kerkorden kennen ook de tucht over doopleden.
Auteur
H. Veldman [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G.M. den Hartogh, De tucht over doopleden (Zutphen z.j.)