Zonde waarbij een rooms-katholiek door een handeling de gemeenschap met God en met de kerk verbreekt, als gevolg waarvan de zondaar de genade van de doop verliest.
Voor het herstel van dit verlies is een bekering nodig van het hart, bestaande in een hernieuwde daad van liefde en geloof en een daad van berouw over de zonde (Ps. 51:19). Deze bekering, door God geschonken, wordt veruitwendigd en bekrachtigd door de geloofsgemeenschap in het sacrament van de biecht. In de praktijk is het onderscheid tussen dagelijkse en doodzonde niet altijd gemakkelijk te bepalen (het heeft ook met de intentie achter de daad te maken), en pastoraal wordt het nauwelijks nog gehanteerd.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]