Dienst van barmhartigheid en gerechtigheid die de christelijke kerk verricht.
De diaconie is de aan de plaatselijke gemeente verbonden instelling die mede gestalte geeft aan het diaconaat en diakenen zijn de ambtsdragers die gezamenlijk de gemeente voorgaan in het gehoor geven aan de diaconale roeping. In de gemeenten die behoren tot de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) vormen de diakenen tezamen het college van diakenen, dat tevens fungeert als het bestuur van de rechtspersoonlijkheid bezittende diaconie. Aan rooms-katholieke parochies is een Parochiële Caritasinstelling (PCI) verbonden die dezelfde doelstelling heeft als een protestantse diaconie (caritas).
De oorsprong van het diaconaat ligt in de ontferming van God over een wereld in nood en in de barmhartigheid van Christus, die kwam om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. De eerste diakenen waren dan ook te vinden aan de tafel van de Heer, (avondmaal) waar zij de gaven, die de gelovigen voor de dienst van de tafel meebrachten, inzamelden en uitdeelden, om na de viering wat over was naar de zieken en armen te brengen. Diakenen hadden in de vroege kerk dus zowel een liturgische als een sociale taak.
Later kregen de diakenen een meer administratieve functie en werd het diakenambt een opstap naar het priesterschap (diaken). Armenzorg was in die tijd een van de goede werken waartoe de gelovigen werden opgeroepen. Wie extra geld wilde bestemmen voor de armenzorg doteerde dat aan particuliere fondsen die werden beheerd door armvoogden. De gereformeerde stroming in de Reformatie bevestigde de armenvoogd tot diaken en herstelde hem in zijn liturgische én sociale functie. Het diaconaat werd weer een dienst van de kerk. De particuliere fondsen, die door de armvoogden werden beheerd, vormden voortaan het vermogen van de diaconie van de gemeente.
Om het diaconale vermogen van de gemeente af te zonderen van het overige vermogen van de gemeente (de kerkfabriek) heeft de diaconie van een gemeente die behoort tot de PKN rechtspersoonlijkheid (kerkgenootschap). Om dezelfde reden is het vermogen van een rooms-katholieke parochie dat bestemd is voor de caritas ondergebracht bij de PCI.
In hedendaagse gereformeerde kerkgemeenschappen heeft de diaconie doorgaans geen rechtspersoonlijkheid om te voorkomen dat het diaconaat zich als een van de activiteiten van de plaatselijke kerk of gemeente al te zeer zou verzelfstandigen. In de kerkorde van de PKN wordt de neiging tot verzelfstandiging tegengegaan, doordat het diaconale beleid en de diaconale begroting worden vastgesteld door de gehele kerkenraad, die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het gehele leven en werken van de gemeente.
Het diaconaat beperkt zich niet tot het verstrekken van financiële hulp; hij geeft ook advies om armoede te voorkomen, wijst de weg naar andere hulpverlenende instanties en attendeert de lokale en landelijke overheid op misstanden. Hij legt zich bijzonder toe op de vorming en toerusting van de gemeenteleden, opdat die leren om een diaconale gemeente te zijn.
Auteur
L.C. van Drimmelen [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J. N. Collins, Diaconia, Reïnterpreting the ancient sources (Oxford 1990)
A. Noordegraaf, Oriëntatie in het diakonaat (Zoetermeer 1991)
Hub Crijns e.a. (red.), Barmhartigheid en gerechtigheid (Kampen 2004)
L.C. van Drimmelen en P. van Oosten, ‘De kerkelijke armenzorg’, in: L. C. van Drimmelen en T. J. van der Ploeg (red.) Kerk en Recht (Utrecht 2004)