Diverse uiterlijke praktijken, bezield vanuit het geloof, die de verhouding van de gelovige met de drie goddelijke personen, Maria of de heiligen beklemtonen.
De devotie kan gestalte krijgen in een dienst of mis, maar tevens buiten de officiële eredienst. De officiële liturgie staat boven alle andere vormen van devotie. Het bijwonen van de zondagsmis is verplicht, het deelnemen aan andere uitingen van devotie is daarentegen vrijwillig. In de loop van de Middeleeuwen kwam de officiële liturgie steeds verder van de leken af te staan. Het Latijn werd buiten de clerus door vrijwel niemand meer verstaan en de leken werden steeds meer toeschouwers dan deelnemers.
Zij richtten zich op hun eigen, in de volkstaal gehouden devotionele oefeningen, ofschoon een wisselwerking tussen beide duidelijk aanwezig was. Een gebrek aan catechetische vorming en een overvloed aan iconografische beelden, apocriefe teksten en heiligenlevens vol wonderverhalen, gaven rijkelijk voedsel aan de buitenliturgische vroomheid. Te noemen zijn passiespelen, rozenkransgebed, sacramentsverering, Maria-, heiligenen- en reliekenverering, bedevaarten, devotionele lectuur, zegeningsriten, tridua, octaven en novenen.
De wildgroei aan devotionele uitingen leidde vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw tot steeds meer kritiek. De hervorming concentreerde zich op de verkondiging van het Woord. Andere vormen van devotie werden betracht als rooms bijgeloof. De katholieke kerk daarentegen hervormde en uniformeerde de liturgie tijdens het Concilie van Trente. De overige devotionele uitingen werden verder gestimuleerd, maar de kerk waakte voor bizarre uitwassen.
Na de Franse Revolutie vond een devotionaliseringsproces plaats, waarbij de geestelijkheid het godsdienstig leven intensiveerde. In Nederland won deze beweging aan kracht na 1850. De Middeleeuwen werden tot voorbeeld genomen. Heiligen- en Mariaverering, bedevaarten, passiespelen, broederschappen en de uitgifte van hagiografieën, devotieprentjes en -boekjes kenden een hoogconjunctuur die tot omstreeks 1950 aanhield, waarna een snelle onttakeling volgde.
Het begrip volksdevotie is pas in de tweede helft van de twintigste eeuw ontstaan. In 1975 drong volksdevotie door in het katholieke ambtelijke taalgebruik. Een canon van volksdevotie bestaat niet. Amuletten, beeld en cultus, devotionalia, genadebeelden, bedevaarten en votiefgaven worden allemaal in verband gebracht met de volksdevotie, maar de grens tussen de begrippen devotie en volksdevotie is diffuus.
Auteur
Antoine Jacobs [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, Directorium over volksvroomheid en liturgie. Principes en richtlijnen (Oegstgeest 2003)