Rooms-katholiek begrip.
Zonde waarbij een gedoopte door een handeling schade toebrengt aan de gemeenschap met God, met de naaste en met zichzelf, zonder dat dit leidt tot een breuk. De genade van de doop, de relatie met God gaat niet verloren. De dagelijkse zonde verzwakt het morele gestel van de mens die daardoor gemakkelijker vervalt tot nieuwe zonden. Dagelijkse zonden worden uitgeboet door schuld te belijden, door de sacramenten te ontvangen, door te bidden, te vasten, en aalmoezen te geven.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]