Kleinschalige bijeenkomst van gelovigen die met elkaar de bijbel lezen, geestelijke liederen zingen, bidden en religieuze ervaringen opdoen of bespreken.
Het conventikel bestond al in de Middeleeuwen, en ook nadien hebben christenen elkaar buiten de officiële kerk in deze gezelschappen opgezocht. Ze werden vaak in de pastorie of aan huis van een gemeentelid gehouden. Onderling voelde men zich ‘met hart en ziel’ verbonden, zoals de gereformeerde conventikelvrome Johannes Groenewegen dichtte: ‘Zoete banden, die mij binden. Aan het lieve volk van God’. Conventikels zijn ook ‘oefeningen’ genoemd, zodat men sprak van ‘geoefende’ vromen.
Ten opzichte van de kerk, die publiek van aard is, hebben de huiselijke conventikels een ambivalente positie ingenomen. Sommige conventikels waren bedoeld als aanvulling en verdieping van het kerkelijke leven. Zo vormde voor de zeventiende-eeuwse predikant Jacobus Koelman het conventikel een geschikt middel om de Gereformeerde Kerk te hervormen. Andere conventikels gingen een eigen leven leiden en vormden zo een bedreiging voor de eenheid van de kerk.
Kerkelijke leiders zijn dan ook verdeeld geweest over de waarde van het conventikel. Waar de bijeenkomsten ingebed konden worden in het kerkelijke leven, hoefden ze geen probleem te vormen. Werd het conventikel een broeinest van critici en ketterijen, dan probeerden de kerkelijke leiders het de kop in te drukken. Onder doopsgezinden, hernhutters, gereformeerden en lutheranen zijn in de vroegmoderne tijd tal van bloeiende conventikels geweest. Ook de bevindelijk gereformeerden hadden vanouds een sterke conventikeltraditie. Tot diep in de twintigste eeuw hebben er in Nederland conventikels bestaan; aan het eind van die eeuw raakten ze steeds meer in onbruik.
Auteur
J.K. Karels [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
F. A. van Lieburg, Levens van Vromen. Gereformeerd piëtisme in de achttiende eeuw (Kampen 1991)
H. Natzijl en H. J. van Dijk, Zoete banden die mij binden. Over het gezelschapsleven in de Alblasserwaard (Houten 1997)
Johannes Groenewegen, De lofzangen Israëls, waaronder de Heere woont; Zijnde enige geestelijke liederen (Kampen 1999)