Opvatting dat de plaatselijke gemeente of congregatie autonoom is.
Deze opvatting houdt in dat deze volledig bevoegd is om zijn eigen regels op te stellen, in tegenstelling tot de gedachte dat alle gemeenten in het kerkverband dat gezamenlijk doen. Het congregationalisme verwerpt niet alleen overheidsinmenging in kerkelijke zaken, maar ook het gezag van een bisschop, een synode of een andere gezamenlijke kerkvergadering. Men neigt sterk tot het independentisme. De gemeente steunt uitsluitend op het geloofsinzicht van leden die als ware gelovigen te boek staan. Het bestuur van een gemeente wordt gevormd door een ‘raad van oudsten’ of een ‘broederraad’. Men wil gehoorzaam zijn aan Christus als de enige bisschop. Aan een gezamenlijke kerkvergadering wordt wel deelgenomen, maar alleen op basis van volkomen gelijkberechtiging.
Het congregationalisme is ontstaan in Engeland en kwam via de Engelse vluchtelingenkerken in de zestiende eeuw ook in Nederland terecht. Het was een vroomheidbeweging die zowel in liturgisch als in kerkordelijk opzicht meer had verwacht van de Engelse reformatie (Anglicaanse kerk). De grondlegger was Robert Browne (1550-1633) die zich afscheidde van de staatskerk en na gevangenschap enige tijd als balling in Middelburg vertoefde.
De voortdurende conflicten met de staatskerk leidden in de zeventiende eeuw tot emigratie van groepen congregationalisten naar Amerika (Pilgrimfathers), waar de staat Massachusetts hen ruimte bood. Tijdens de regering van Oliver Cromwell over Engeland (1653-1658) kende het congregationalisme een bloeitijd. Bekende congregationalisten waren de Engelsman John Owen (1616-1683) en de Amerikaan Jonathan Edwards.
In Nederland rekent men de pinkstergemeenten, de baptisten, de Vrije Evangelische Gemeenten, de Vergadering van Gelovigen en de remonstranten tot het congregationalistische kerktype.
In 1970 sloot de ‘International Congregational Council’ zich aan bij de ‘World Alliance of Reformed Churches’ in Genève.
Auteur
H. Veldman [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. van ’t Spijker, ‘Congregationalisme’, in: W. van ’t Spijker e.a. (red.), De Kerk. Wezen, weg en werk van de kerk naar reformatorische opvatting (Kampen 1990)
D. Deddens, ‘Het Congregationalisme’, in: W. van ’t Spijker en L.C. van Drimmelen, Inleiding tot de studie van het kerkrecht (Kampen 1992)