Het inzamelen van geld voor een bepaald doel, of het ingezamelde geld.
Als dit collecteren plaats vindt in de publieke ruimte betreft het veelal een algemeen goed doel, zoals astmabestrijding of jeugdwerk. Binnen het christendom heeft de collecte ook een plaats in de kerkelijke liturgie. De kerkelijke collecte was oorspronkelijk bedoeld om geld in te zamelen ter onderhouding van de armen binnen de kerkelijke gemeenschap, en houdt ook verband met liefdemaaltijden bij het avondmaal, waarbij iedereen voedsel meenam om te delen met de armen en kerkelijke dienaren. Dit diaconale doel van de collecte gaat terug op aanwijzingen van Paulus aan de eerste christelijke gemeenten (Hand. 11:28-30; Rom. 15:26) en wordt onder meer ook beschreven in de Heidelbergse catechismus. In het verlengde van deze ‘dienst der barmhartigheid’ ligt in de collecte ook het betoon van dankbaarheid tegenover God besloten.
In de Middeleeuwen was deze inzameling onder de kerkgangers verwaarloosd omdat de kerk teerde op het geld en bezit van zichzelf, van weldoeners en van de overheid. De kerken van de Reformatie hebben de oude gewoonte weer hersteld. Na de doorvoering van de scheiding van kerk en staat en de toegenomen aandacht voor de gemeente in de negentiende eeuw gebeurde ditzelfde in de Rooms-Katholieke Kerk. De opbrengst van de collecte is bedoeld voor diaconale doeleinden en de instandhouding van de kerk.
Collecten zijn niet de voornaamste kerkelijke inkomstenbron; die wordt gevormd door financiële bijdragen van de gelovigen, buiten de liturgische inzameling om (Kerkbalans). Binnen het protestantisme is er discussie geweest over de vraag of de collecte in de kerkdienst dan wel bij het uitgaan van de kerk aan de deur diende plaats te vinden, maar vrij algemeen is tot het eerste besloten, veelal achteraan in de liturgie. Het collecteren gebeurde door de diakenen of door collectanten. In katholieke kerken vindt de collecte plaats tijdens de offerande.
In sommige kerken is in de tweede helft van de twintigste eeuw het gebruik van collectebonnen of kerkmunten in zwang geraakt. De geregistreerde aanschaf daarvan is in tegenstelling tot de ongeregistreerde collectegift aftrekbaar van de inkomstenbelasting en de verwachting is dat daardoor de omvang van de gaven wordt verhoogd.
Er is een verscheidenheid aan vormen van collecteren. De bekendste vorm is die van de collectezak die door de kerkgangers zelf wordt doorgegeven, of, zoals in vroegere dagen, de kerkgangers via een lange hengel wordt voorgehouden door de inzamelende persoon. De collectezakken werden na de collecte vooraan in de kerk gelegd of gehangen en na afloop van de dienst geleegd. Onder invloed van de liturgische beweging is men in de twintigste eeuw overgegaan op het gebruik van schalen of manden, waarvan de inhoud na het inzamelen voorin de kerk aan God wordt opgedragen.
Auteur
George Harinck [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H. Bouwman, Gereformeerd kerkrecht 1 (Kampen 1928) § 56