Oudere benaming van de Oud-Katholieke Kerk, vóór 1853 slechts ‘bisschoppelijke Cleresie’ genoemd.
Hiermee benadrukte zij haar bestuur door bisschoppen, ter onderscheiding van die Nederlandse katholieken, die door aartspriesters werden geleid.
Na de – door de Cleresie tevergeefs bestreden – invoering van de nieuwe bisschoppelijke hiërarchie (1853) en de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte ontvangenis van Maria (1854) heette de Cleresie vaker ‘oudbisschoppelijk’, om de continuïteit in haar bestuur en geloofstraditie te benadrukken.
Auteur
D.J. Schoon [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]