De Engelse nationale kerk, welke zich de voortzetting acht van de rond 200 ontstane christelijke gemeenschap in Engeland, tevens de moederkerk van de wereldwijde Anglicaanse kerkgemeenschap (Anglicanisme).
Begin vijfde eeuw werden de Engelse christenen door de Angelsaksische invasies naar het westen verdreven. Daarvandaan belandde de jonge Patrick als missionaire monnik in Ierland, dat hij met zijn mede-monniken kerstende. In de zesde eeuw kerstenden Ierse monniken Schotland en Noord-Engeland. In 596 zond paus Gregorius de monnik Augustinus naar Zuid-Engeland om dit gebied te herkerstenen. Op de Synode van Whitby (663) werd Engeland verdeeld in twee kerkprovincies, Canterbury en York, elk bestuurd door een aartsbisschop.
De invasie van Willem de Veroveraar (1066) bracht de Engelse kerk meer onder invloed van Rome (onder andere verplicht priestercelibaat en canonieke wetten). De breuk met Rome onder Hendrik VIII, resultaat van diens zorg voor een mannelijke opvolger, maakte de Church of England tot staatskerk zonder invoering van wezenlijke veranderingen in leer en praxis. In 1547 werd Edward VI op negenjarige leeftijd koning. De toenmalige aartsbisschop van Canterbury, Thomas Cranmer, die sterk beïnvloed was door het lutheranisme, kreeg met steun van de regenten de kans om hervormingen in te voeren. Hij stelde een dienstboek samen, het Book of Common Prayer, dat in 1549 van kracht werd. Het Engelstalige boek werd de liturgische standaard voor het gehele Engelse volk. Het bewaarde een balans tussen katholieke en protestantse gedachten, maar in 1552 werd onder invloed van de extreme hervormers een meer protestantse versie (in tekst en ceremonie) ingevoerd. Misgewaden, beelden en ornamenten werden verboden. De mis werd gedachtenis in plaats van offer, en de preek kreeg een grotere plaats.
Mary Tudor, die in 1553 de jonggestorven Edward opvolgde, was een overtuigd katholiek. Zij annuleerde alle hervormingen en bracht de kerk weer onder pauselijk gezag. Cranmer stierf op de brandstapel en werd opgevolgd door kardinaal Pole. De desastreuze periode eindigde in 1558 met de bijna gelijktijdige dood van Mary en Pole. Elizabeth I, vorstin van 1558 tot 1603, stelde zich tot taak de eenheid onder het godsdienstig verscheurde volk te herstellen. Het 1552 Prayer Book werd weer ingevoerd, het pauselijk gezag opnieuw verworpen en de afschaffing van het verplichte priestercelibaat werd bevestigd. De periode van betrekkelijke rust werd verstoord door de opkomst van het puritanisme en het bewind van Oliver Cromwell (1649-58). De kerk wist echter de apostolische successie van haar bisschoppen te bewaren.
Na de restauratie werd in 1662 een op details gewijzigde vorm van het Prayer Book ingevoerd, welke nog steeds de officiële versie is. In 1888 werd de essentie van leer en praxis vastgelegd in het Chicago-Lambeth Quadrilateral: a. bijbel; b. apostolisch en Niceaans credo; c. sacramenten van doop en avondmaal; d. historisch episcopaat (met apostolische successie). Op deze basis werden andere kerken uitgenodigd tot eenheid te komen. In enkele gevallen heeft dit tot resultaat geleid: met de Oud-Katholieke Kerk, met protestantse kerken in India en Pakistan, met lutherse kerken in Scandinavië en Amerika.
In Nederland en overige Europese landen is de Church of England vertegenwoordigd in circa 300 chaplaincy-gemeenten, welke openstaan voor alle Engelssprekende christenen. Sinds 1980 zijn deze gemeenten verenigd in de Diocese in Europe, onderdeel van de Engelse kerk.
Auteur
Sjoerd L. Bonting [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
J.R.H. Moorman, A History of the Church in England, 3rd ed. (New York 1986)