Interkerkelijk gezelschap van leken en predikanten.
Dankt zijn ontstaan in 1845 aan de oproep van O.G. Heldring aan geestverwanten om de maatschappelijke en kerkelijke nood te bestrijden. Tot de Christelijke Vrienden behoorden de predikanten Beets, De Liefde, D. Chantepie de la Saussaye, Brummelkamp en Scholte, en leken als Da Costa en Groen van Prinsterer; Heldring was de centrale figuur. Het gezelschap is van 1845-1854 halfjaarlijks bijeen geweest. Gedreven door een ‘orthodoxie des harten‘ ontplooiden zij vele maatschappelijke en kerkelijke activiteiten. Aandachtsgebieden waren zending, evangelisatie, onderwijs, armenzorg, verpleging en de zorg voor verwaarloosde meisjes, zoals die werd gevonden in de Heldringstichtingen.
Het optreden van de Christelijke Vrienden markeert de overgang van het romantische Réveil naar het maatschappelijke Réveil en is van blijvende betekenis geweest.
Auteur
O.W. Dubois [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
W. van Oosterwyk Bruyn, Het Réveil in Nederland in verband met de vergaderingen der Christelijke Vrienden te Amsterdam (Amsterdam 1890)