Nauwe verbondenheid tussen kerk en staat in een bepaald gebied; de vorst van dat gebied bezit bovendien het hoogste gezag over die kerk, zowel in leerstellig als in organisatorisch opzicht.
Zeker in de oostelijke helft van het Romeinse Rijk werd sinds de regering van Constantijn de Grote eerst de vroege kerk en later de orthodoxe kerk door cesaropapisme gekenmerkt. In Rusland legde tsaar Peter de Grote het cesaropapisme aan zijn kerk op. In het Westen neigden opeenvolgende keizers van het Heilige Roomse Rijk, van Karel de Grote tot de investituurstrijd, naar cesaropapisme. Ook in het vroegmoderne Anglicaanse Engeland en in de Duitse en Scandinavische lutherse staten was tot op zekere hoogte sprake van cesaropapisme.
Auteur
Hans Cools [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
G. Dragon, Empereur et prêtre. Étude sur le ‘césaropapisme’ byzantin (Bibliothèque des Histoires) (Paris, 1996)
P. Leupen, Gods stad op aarde. Eenheid van Kerk en Staat in het eerste millennium na Christus (Amsterdam, 1996)