Ongehuwde levensstaat, zoals verplicht voor rooms-katholieke geestelijken, voorlopig of definitief.
Het celibaat behelst meer dan het vrijgezel zijn: het brengt veeleer, net zoals het huwelijk, de doop tot voltooiing, in de zelfgave van de gedoopte. Zoals de gehuwde zichzelf wegschenkt aan de menselijke partner, en daardoorheen aan God, zo schenkt de ongehuwde ‘omwille van het rijk der hemelen’ (Mat. 19:12) zichzelf op onmiddellijke wijze aan God als partner, en van daaruit aan de mensen.
Auteur
Stijn van den Bossche [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]