Verband van ongehuwde mannen die binnen de parochie met elkaar een gemeenschapsleven leidden.
Met de Zusters van het Gemene Leven vormden de broeders de eerste (semi-religieuze) tak van de Moderne Devotie. Oorsprong was het Heer Florenshuis te Deventer, waar de priester Florens Radewijnsz rond 1381 op aansporing van Geert Grote mannen bijeenbracht die boeken kopieerden, samen baden, opbouwende gesprekken (collaties) hielden en op den duur gingen samenwonen.
Hun doel was herstel van het gemeenschapsleven van de eerste christenen. Vanuit Deventer werden andere broederconventen gesticht, in Kampen en Zwolle, spoedig ook in Duitsland en de verdere Nederlanden. Zij kenden geen kloosterregel noch kloostergeloften. Wel stichtten zij vanuit Deventer een klooster te Windesheim, waardoor de Moderne Devotie haar eigen kloosterbeweging ontwikkelde.
Bij het broederhuis was meestal een convict, waar jongens woonden die in de stad school gingen.
Auteur
R..Th.M. van Dijk [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.G. Weiler, Volgens de norm van de vroege kerk (Nijmegen 1997)