Priester, vertaler; zijn kloosternaam was Titus (Wonseradeel 23.2.1881 - Dachau 26.7.1942)
Nadat hij in 1898 bij de karmelieten was ingetreden en in 1905 tot priester was gewijd, studeerde Titus Brandsma wijsbegeerte in Rome, waar hij promoveerde in 1909. In 1923 werd hij tot hoogleraar benoemd aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, met in zijn leeropdracht geschiedenis van de wijsbegeerte en van de mystiek. Tevoren had hij al blijk gegeven van een bijzondere belangstelling voor het werk van Teresa van Avila, dat hij vertaalde.
Brandsma hield enkele tijdschriften ten doop, waaronder Ons Geestelijk Erf (1927). Op maatschappelijk vlak was Brandsma uitermate actief, onder meer als geestelijk adviseur van de rooms-katholieke journalistenvereniging. In die hoedanigheid kwam hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in botsing met de bezetter, die hem arresteerde. Brandsma overleed in Duitse gevangenschap na een verschrikkelijk, maar voorbeeldig gedragen lijden. In 1985 werd hij zaligverklaard.
Auteur
Jan Brabers [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
H.W.F. Aukes, Het leven van Titus Brandsma (Utrecht 1985 3e druk)
H. Nota, Titus Brandsma onder ons (Bolsward 2003)