Dag van georganiseerd algemeen gebed.
De traditie van christelijke biddagen, dankdagen en vastendagen is te herleiden op verbods- en boetedagen uit het Oude Testament. Het Nieuwe Testament kent deze gewoonte niet, al blijkt uit geschriften van kerkvaders dat gebedsdiensten, boete- en biddagen in tijden van nood niet onbekend waren. Met de opkomst van de christelijke kerk als staatskerk kregen dergelijke momenten een meer officiële status en in de loop van de Middeleeuwen werden ze vaak opgeluisterd met processies.
Uit de acta van de eerste synodes van de Gereformeerde Kerk in de Nederlandse gewesten blijkt dat bid-, dank- en vastendagen daar al snel ingeburgerd waren. Naast wekelijkse bidstonden en lokale dankdagen waren er ook bijzondere dagen die ten minste één keer per jaar door de overheid werden uitgeschreven naar aanleiding van bijzondere omstandigheden, zoals een politieke of militaire crisis, economische tegenslag (biddagen), of een overwinning of andere zegening (dankdagen). De synode van Dordrecht (1618/1619) consolideert deze gewoonte in artikel 66 van de kerkorde.
Het uitschrijven van bid-, dank- en vastendagen was een aangelegenheid van de overheid. Predikanten werden geacht goede nota te nemen van de tekst van de uitschrijvingsbrieven en daar in hun tijdpreek aandacht aan te besteden. Al in de zeventiende eeuw werd in enkele gewesten een poging gedaan een vaste jaarlijkse bid- of dankdag in te stellen. Alleen Overijssel kende vanaf ca. 1650 dergelijke momenten: de biddag voor het gewas op de tweede woensdag in maart en de dankdag voor het gewas op de eerste woensdag in november. Pas toen in 1713 een langdurige periode van vrede aanbrak, werd door de Staten-Generaal als regel jaarlijks één algemene dank-, vasten- en biddag uitgeschreven.
De laatste uitschrijving van de jaarlijkse bid- en dankdag door de overheid vond plaats in 1820. Daarna ging alleen aan buitengewone bid- of dankdagen nog een overheidsuitschrijving vooraf. De grondwetswijziging van 1848 maakte ook daaraan een eind. Er trad echter geen kerkelijke uitschrijving voor in de plaats, zodat de bid- en dankdagviering in verval raakte. Pas in de loop van de twintigste eeuw werden de Overijsselse data in protestants Nederland gemeengoed, al werden die dagen lang niet door iedereen meer gehouden.
Auteur
R. Bisschop [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
N.C. Kist, Neêrlands bededagen en biddagsbrieven (Leiden 1848-1849)
M. Gijswijt-Hofstra en F. Egmond (red.), Of bidden helpt? Tegenslag en cultuur in West-Europa, circa 1500-2000 (Amsterdam 1997)
P. van Rooden, ‘Van zichtbare orde naar morele gemeenschap’, in: Religieuze regimes. Over godsdienst en maatschappij in Nederland 1570-1990 (Amsterdam 1996), 78-120