Bij kloosterorden en congregaties wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen beschouwende (of contemplatieve) gemeenschappen en actieve gemeenschappen.
De eerste leggen zich vooral toe op innerlijk gebed en meditatie, de laatste vooral op de werken van barmhartigheid. Beschouwende kloosterlingen zijn doorgaans nadrukkelijker aan het verblijf in een kloostergebouw gebonden. Tot de beschouwende orden behoren bijvoorbeeld de benedictijnen en de cisterciënzers.
De meeste actieve gemeenschappen zijn geen orden, maar congregaties, ontstaan in de negentiende eeuw.
Auteur
Gian Ackermans [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]