Theoloog (Amsterdam 8.6.1903 - Voorhout 26.1.1996)
Studeerde theologie aan de Vrije Universiteit (1922-1927) en promoveerde aan dezelfde instelling (1932). Als predikant diende hij de Gereformeerde Kerk in Oudehorne (1927- 1931) en Watergraafsmeer (1931-1945). Van 1940-1973 was hij verbonden aan de Vrije Universiteit, vanaf 1945 als hoogleraar voor dogmatiek en dogmengeschiedenis. Berkouwer was voorzitter van de generale synode van de Gereformeerde Kerken die K. Schilder schorste, wat leidde tot de Vrijmaking (1944). Hij werd op persoonlijke titel uitgenodigd het Tweede Vaticaans Concilie bij te wonen. Berkouwer gold vele jaren als een van de opinieleiders in de Gereformeerde Kerken, onder andere dankzij zijn wekelijkse artikelen in het Gereformeerd Weekblad en in Trouw.
Berkouwers theologie heeft in de loop der jaren een sterke ontwikkeling doorgemaakt van isolement naar openheid. Tijdens de jaren dertig en veertig stelde hij zich kritisch op tegenover vrijwel alle theologie buiten de Gereformeerde Kerken, met name tegen K. Barth, Rome en alle vormen van schriftkritiek. In de loop van de jaren vijftig en zestig zocht hij steeds meer naar dat wat verbindt, in plaats van naar dat wat scheidt. Mede dankzij Berkouwer vonden de Gereformeerde Kerken de weg naar de Nederlandse Raad van Kerken en de Wereldraad van Kerken. Enkele van zijn belangrijkste werken: Dogmatische studiën, 18 delen (Kampen 1949-1972) en De triomf der genade in de theologie van Karl Barth (Kampen 1954).
Auteur
Dirk van Keulen [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
D. van Keulen, Bibliografie/Bibliography G.C. Berkouwer (Kampen 2000)
D. van Keulen, Bijbel en dogmatiek (Kampen 2003)
Zie ook
Gerrit Cornelis Berkouwer