Hervormd predikant te Oss, Helmond en Santpoort, privaatdocent te Utrecht (1904), bijzonder hoogleraar te Utrecht (1924-1957), en hoogleraar te Amsterdam (1936-1944) (Den Haag 27.6.1874 - Bloemendaal 26.5.1957)
Van den Bergh legde zich toe op de geschiedenis van het vroege christendom, dat hij consequent godsdiensthistorisch wilde benaderen. Jezus was voor hem geen historische figuur, maar de ‘historisering van een idee’. Dat was voor hem geen verlies, maar winst. De breuk met het historisch geloof leidde volgens hem tot de kern van het christendom, dat hij omschreef als het besef van de wezenseenheid tussen God en mens. Er is sprake van een zekere verwantschap met de Duitse filosoof G.W.F. Hegel en met de gnostiek.
Van den Bergh was de laatste vertegenwoordiger van de Hollandse Radicale School; het gedachtegoed van deze school heeft hij levenslang met grote geleerdheid verdedigd. Zijn aanhang was echter gering en hij heeft weinigen van zijn gelijk kunnen overtuigen.
Auteur
M.J. Aalders [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
P.W. van der Horst, ‘G.A. van den Bergh van Eysinga’, in: Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme 3, 37-39
Zie ook
Gustav Adolf van den Bergh van Eysinga