In de vroege Middeleeuwen werd het gebruikelijk in en rondom de kerken te begraven.
Dit was een gevolg van de verering van martelaren, waardoor velen ad sanctos begraven wilden worden: in de nabijheid van de relieken van de heiligen. In de achttiende eeuw werden vanuit verlichte kring steeds meer vraagtekens geplaatst bij het begraven in de kerken, omdat het onhygiënisch zou zijn: de lijken zouden schadelijke dampen uitwasemen die konden leiden tot besmettelijke ziekten. Er kwam een beweging op gang om het begraven in de kerken te verbieden. Eerst in de Franse tijd en definitief in 1827 werd een verbod op het begraven in de kerken afgekondigd en werden gemeenten met meer dan duizend inwoners verplicht een algemene begraafplaats buiten de stad aan te leggen. Zie ook: uitvaart, crematie.
Auteur
Albert van der Zeijden [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
Wim Cappers, Doodse dingen. Funeraire cultuur in landschappelijk verband (Soesterberg 2002)
H.L. Kok e.a., Begraven en begraafplaatsen. Monumenten van ons bestaan (Utrecht 1994)