Verzamelnaam voor de orden en congregaties van vrouwelijke religieuzen van wie het leven is geënt op de regel van Augustinus.
Hiertoe behoren reguliere kanunnikessen (kanunnik), verwant aan de reguliere koorheren, en slotzusters met plechtige geloften, verbonden met de augustijner eremieten (augustijnen). In de Middeleeuwen waren zij als gasthuiszusters en zwartzusters voornamelijk in de ziekenzorg werkzaam.
Ook de congregaties die in de negentiende eeuw de regel van Augustinus aanvaardden worden augustinessen genoemd, vaak met de toevoeging van de plaats van het moederhuis of de patroonheilige (augustinessen van Heemstede, augustinessen van Sint Monica). Deze congregaties werden in de hele wereld opgericht ten behoeve van ziekenzorg, onderwijs en opvang van weeskinderen.
Auteur
P. van Geest [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A. Zumkeller, ‘Augustinerinnen’, in: Lexikon für Theologie und Kirche. Dl. 1 (Freiburg-Basel-Wien 1993), kol. 1237-1238