Rooms-katholieke kloosterorde.
In 816 werd op wens van Karel de Grote een reeks canones vastgesteld. Clerici die hun leven volgens deze canones gestalte gingen geven, werden kanunniken genoemd, later koorheren. Zij kenden privébezit en waren dus geen monniken. De regel van Augustinus (Praeceptum) was hun voornaamste richtsnoer.
In de Middeleeuwen zochten hervormingsgezinde clerici een radicalere levensvorm. Zij werden reguliere kanunniken, leefden volgens de aan Augustinus toegeschreven Ordo monasterii en diens regel, kenden geen privébezit en waren kloosterlingen. Tot deze groep behoren de orde der Norbertijnen, de Kruisheren, en de kloosters van augustijner koorheren die zich organiseerden in een zelfstandige congregatie (kloostervereniging). In de Nederlanden ontstond bijvoorbeeld uit de laatmiddeleeuwse hervormingsbeweging der Moderne devotie de congregatie van Windesheim, waartoe Thomas a Kempis behoorde.
Door de Franse Revolutie en secularisatie gingen zeer vele kloosters verloren. In de negentiende eeuw zette een langzaam herstel in.
Auteur
P. van Geest [uit: G. Harinck e.a.(red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
K. Rehberger, S. Frank, ‘Augustiner-Chorherren’, in: Lexikon für Theologie und Kirche. Dl. 1 (Freiburg-Basel-Wien 1993), kol. 1232-1233