Opdracht van de kerk om midden in de wereld de boodschap van Jezus Christus te verkondigen.
Deze opdracht wordt in het alledaagse spraakgebruik aangeduid met termen als zending, evangelisatie en het gesprek met het jodendom. Het woord apostolaat refereert aan het apostelambt uit het Nieuwe Testament met de betekenis van ‘gezonden zijn’. In de twintigste eeuw deed zich de vraag voor of het apostolaat een van de functies van de kerk is of dat het tot het wezen van de kerk behoort. Onder invloed van theologen als A.A. van Ruler en J.C. Hoekendijk groeide de opvatting dat de bestaansreden van de kerk in het apostolaat ligt. Pastoraat en diaconaat zijn dan functies van het apostolaat. In tegenstelling tot de hervormde kerkorde van 1951 wordt in de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland gesproken van de missionaire arbeid van de gemeente.
Auteur
H.C. Endedijk [uit: G. Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie (Kampen 2005)]
Verder lezen
A.J. Rasker, De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795 (Kampen 1986 3de druk)